
Dr. Nicolaas Willem Bruynis (Arnhem, 15 september 1909 - ?) was een zoon van Nicolaas Bruynis (Den Haag, 16 februari 1876 - Arnhem, 15 september 1946), sergeant-majoor der infanterie en ontvanger. Hij was in 1905 gehuwd met Jansje van Geelen (Oudewater, 12 januari 1876 - Arnhem, 8 oktober 1946). Het echtpaar woonde Velperweg 111 te Arnhem. Zoon Nico, spottend ‘Rooie Nico’, huwde omstreeks 1933 K. van Buul. Hij studeerde Indonesiёkunde in Utrecht en promoveerde tot doctor in de letteren en wijsbegeerte. Van 1934 tot 1940 vervulde hij in Nederlands Oost-Indiё een functie bij het Binnenlands Bestuur. Na terugkomst in Nederland werd hij in september 1940 lid van de NSB en was hij actief voor de op 22 oktober 1940 door rijkscommissaris Seyss-Inquart opgerichte stichting Winterhulp Nederland. Het doel daarvan was alle maatschappelijke hulpverlening, die voorheen door de overheid, particuliere en kerkelijke organisaties was verleend, over te nemen en te centraliseren onder nationaalsocialistisch toezicht. In 1941 werd hij lid van de ‘Nederlandsche Volksdienst’ (NVD), een organisatie gericht op het bundelen van het sociale werk in Nederland oftewel nazificering van het maatschappelijk werk. Daaraan dankt hij waarschijnlijk spottend zijn bijnaam ‘Rooie Nico’ of ‘Rooie Niek’.
Hij was NSB-burgemeester van de gemeente Elst van 5 december 1942 tot 5 september 1944 (Dolle Dinsdag). Op die dag wist hij niet hoe snel hij weg moest komen. Hij nam de plaats in van burgemeester Willem Theodorus (Willem) de Leeuw (Alphen, 14 april 1892 – Beers, 3 juli 1944), die in juli 1942 was ontslagen en afgezet als burgemeester omdat hij weigerde deel te nemen aan het laten weghalen van Joden.
Bruynis was een zeer fanatieke maar ondeskundige najager van zijn idealen en een zenuwpees die vaak als een bezetene te keer ging, ook in het gemeentehuis. Hij speelde een belangrijke rol bij de vervolging van de Joden in Elst en van ambtenaren van de distributiedienst in de Over-Betuwe. Zijn ambtenaren in het gemeentehuis te Elst vormden een verzetsorganisatie voor het verstrekken van persoonsbewijzen en bonkaarten. In het najaar van 1943 werd deze groep opgerold. In januari 1944 was de fanatieke Bruynis zelfs lid geworden van de Germaanse SS.
NoordVeluws Archief, Dossierarchief Hattem, 1927-1979, inv. 1776 pdf.
Bruynis was van 14 maart 1945 tot zijn schorsing op 6 mei 1945 door Commissaris Militair Gezag waarnemend burgemeester van Hattem, maar had enkele dagen voor de bevrijding van Hattem op 18 april 1945 de gemeente al verlaten. Hij werd in mei 1945 in Utrecht gearresteerd. Bruynis werd op oneervolle wijze ontslagen en gerechtelijk vervolgd, waarbij hij zijn burgerrechten verloor. Op 7 september 1949 stond Bruynis voor de rechter in Arnhem. De eis was acht jaar gevangenisstraf. Twee weken later werd hij veroordeeld tot zes en een half jaar gevangenisstraf met aftrek van vier jaar en drie maanden voorarrest en ontzetting uit het kiesrecht voor het leven. In augustus 1950 kwam hij op vrije voeten met een proeftijd tot 1952.
Dr. Jan Brouwer
