
Wie aandacht wil besteden aan de Over-Betuwe in 1944 en 1945 dient in de eerste plaats te denken aan de generaties van die jaren. Dat hebben ze wel verdiend. Tijdens de Duitse bezetting kregen ze te maken met buitensporig geweld van Britten die een veilige terugweg voor hun binnen twee dagen naar Hartenstein gevluchte en teruggetrokken landgenoten moesten realiseren. Dorpen, kassen, akkers, weilanden en woningen werden vernield. Duitse aanvallen op het geallieerde bruggenhoofd met veel geweld volgden met tanks, kanon- en granaatvuur. De Amerikanen en na hen wat minder de Britten, Canadezen en Belgen (brigade Piron) lieten zien wat systematische plundering, roof, diefstal, brandstichting, vernieling en bevuiling inhield. Voorkeur hadden bankkluizen met kleine kluisjes waarin de burgers hun geld en kostbaarheden bewaarden. Ook kluizen van bedrijven, gemeentehuizen, winkels enz. waren een geliefd doelwit.
De in de Over-Betuwe aanwezige vluchtelingen (circa 12.000) en de 15.000 vaste bewoners moesten evacueren. Niet naar hotels, cruiseschepen of voor hen gebouwde woningen of centra, maar naar Noord-Brabant en Belgiё waar inwoners op gezag van de pastoor de vluchtelingen opvingen. Daarna werd het gebied met uitzondering van het Manneneiland in en om Lent door de Duitsers onder water gezet. Pas in april 1945 volgde de zuivering van het gebied van het Duitse houten benenbataljon in Elden en Nederlandse SS’ers in Driel, Heteren en Randwijk. Maanden later mochten de bewoners terugkeren. Het ontbrak hen aan alles: eten, kleding, schoeisel, huisraad, huishoudelijke artikelen, serviesgoed enz. Ze konden er niet op eigen kracht bovenop komen. Glas was nodig voor herstel van de kassen. Hulpacties vanuit het land kwamen op gang om de eerste nood te lenigen. Bevrijding is in de Over-Betuwe dan ook NOOIT gevierd! Hooguit een keer 5 mei.
Wat vind je hiervan terug bij de buitenexpositie Keuze Vrijheid bij het Lingekanaal nabij de A325? Beloofd worden verhalen van inwoners, zogenaamde sporen van vrijheid en dilemma’s en keuzes waarmee mensen destijds werden geconfronteerd. Geboden wordt totale onzin: de mensen hadden immers geen keuzevrijheid en dus niks te kiezen. Ze moesten dulden dat hun woon- en werkplaatsen werden vernield, bevuild, leeggeroofd, geplunderd en onder water gezet. Ze moesten evacueren en afwachten wanneer ze mochten terugkeren. Anderen bepaalden hun lot.
De panelen bieden totale nonsens over landgoed Schoonderlogt (een van de Amerikaanse roversnesten waar de beroemde omhoog gevallen kapitein Winters faalde in het tegengaan van plundertochten door het boevenpak of oorlogsmisdadigers), operatie Pegasus waarmee inwoners van de Over-Betuwe niets te maken hadden en ander broddelwerk.
Jacoline Zilverschoon van Streekmuseum Tiel en Marieke van Kessel van Bureau Kessel in Arnhem denken kennelijk na een tijdje googelen voldoende te weten en die kennis aan te vullen met informatie van vrijwel niets van de Over-Betuwe wetende docenten en studenten van de Universiteit Nijmegen. Die kunnen zich beter beperken tot Nijmegen met juiste informatie over de Waaloversteek en niet zeuren over bevrijding door geallieerden. Die hadden echt wel iets anders te doen. Doel was de overwinning op Duitsland. Middelen waren de vernietiging van vijandelijke troepen, industriecentra en steden. Bovendien was Stalin geen voorstander van bevrijding van volkeren.
De verantwoordelijke wethouder hult zich, zoals verwacht, in diep stilzwijgen. De gemeenteraad slaapt rustig door.