Het boek is goed leesbaar geschreven, maar inhoudelijk niet altijd juist. Veelvuldig gebruik van de term ’bevrijding’ is onjuist, irritant en bemoeilijkt de leesbaarheid, vooral voor de lezer die weet dat bevrijding geen doel was. De geallieerden, niet alleen Amerikanen, Britten en Canadezen (p. 9), maar ook Russen (Sovjet-Unie), waren geenszins van plan Nederland of (West-) Europa te bevrijden. Er was dan ook geen sprake van een bevrijding van Noord-Brabant, Zeeland en Oost-Nederland. Bevrijding was doel noch middel, maar gevolg. Daar waren dan ook geen plannen of bevelen voor. De geallieerden hielden wel overwinningsparades, geen bevrijdingsparades! Hun doel was helder: de ‘volledige overwinning op Duitsland’. Hun middelen waren dat ook: vernietiging van de vijandelijke troepen, industriecentra en steden. In dat kader zuiverden de geallieerden de benodigde delen van Nederland van vijandelijke troepen. Dat zuiveren of vernietigen van vijandelijke troepen werd door lokale bewoners vaak gezien als bevrijding. Meer niet! De auteur redeneert vanuit de geallieerde troepen en behoort dus de term ‘bevrijding’ niet te gebruiken.
De titel is dan ook volledig onjuist en het gebruik van de term bevrijding in de tekst is hinderlijk, verwarrend en onjuist. Een Duitse onvoorwaardelijke capitulatie of capitulatie van Duitsland was na de dood van Hitler onmogelijk, omdat de geallieerden de Duitse regering in Flensburg niet erkenden (p. 8 en 10). Uitsluitend het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) kon de Duitse gewapende troepen opdracht geven onvoorwaardelijk te capituleren. Een Duitse overgave in mei 1945 is dan ook onjuist (p. 8). Uitsluitend Duitse gewapende troepen capituleerden, waaronder op 4 mei 1945 om 18.30 uur op de Timeloberg op de Lűneburger Heide bij Wendisch-Evern de legergroep Nordwest waartoe de Duitse troepen in Nederland behoorden alsook andere troepen in Noordwest-Duitsland en de Duitse troepen in Denemarken. Deze capitulatie trad op 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking: Nederland was vrij. De juiste titel was dan ook geweest: 80 jaar vrijheid in Nederland.
Vanaf moet sinds zijn (13), met name vooral (18) en hun hen (36).
De ruime aandacht voor de geallieerde landingen en opmars wekken ten onrechte de indruk van een bevrijding van West-Europa, ook van Nederland. Oprukken over een breed front naar het oosten vereiste echter een aanval over de Rijn. Bruggenhoofdoperatie Market Garden was in feite al te noordelijk. Het strategische doel van Garden was de vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe met diepe uitlopers over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen als opstelplaats voor het Britse 30 Corps. Het doel van Market bij Arnhem was niet de Rijnbrug (49-50), de verkeersbrug en de spoorbrug (59), maar de vorming van een bruggenhoofd aan weerszijden van de Neder-Rijn tussen Heveadorp en Westervoort met ten minste een van de drie oeververbindingen als opstelplaats voor de flankkorpsen. De Britten bereikten bij Arnhem niet de verkeersbrug (54), maar vestigden defensieve posities in achttien gebouwen aan weerszijden van de noordelijke oprit naar de brug. Het gebied rond Hartenstein in Oosterbeek was slechts een perimeter die niet geschikt was te maken voor een bruggenhoofd (55). De evacuatie van Arnhem was niet tijdens operatie Market (mislukt 19 september) of Garden (mislukt 21 september), maar van 23 tot en met 25 september uit vrees voor een geallieerde aanval vanuit het Over-Betuwse bruggenhoofd (bruggenhoofd over de Waal, 56). Hell’s Highway was slechts het deel van de opmarsroute naar Nijmegen tussen Son en Uden. Het deel tussen Nijmegen en Arnhem was onbeschermd. De Britten hadden dus volkomen gelijk om op 20 september 1944 op infanteriesteun te wachten (64). Van een ‘wat als?’-kwestie is dan ook totaal geen sprake. Kritiekloos overschrijven leidt ook tot blunders: een Horsa - geen Waco- zweefvliegtuig moest 17 september een noodlanding maken bij het Wilhelminakanaal ten zuiden van Dongen, dus niet bij Vught (65). Aan boord was niet ‘het geallieerde operatieplan’, maar een dagorder voor de 101st U.S. Airborne Division. Over de 1st Independent Polish Airborne Brigade onder generaal-majoor Sosabowski wordt uitsluitend onzin geschreven onder het mom van ‘’historische waarheid’ (68). Berichten van Montgomery en Browning worden verward en hadden niets te maken met de Poolse brigade, maar met kritiek op Sosabowski die zich met politiek bemoeide. Onzin is ook de mededeling dat Montgomery alsnog ‘de sprong over de Rijn’ wilde wagen met ‘het bruggenhoofd over de Waal bij Nijmegen als springplank’. (69) Bedoeld is het Over-Betuwse bruggenhoofd en bruggenhoofdoperatie Gatwick inhoudende de Rijnoversteek en vorming van bruggenhoofden bij Wesel en Keulen. Het Manneneiland is overigens geen Betuws eiland ingeklemd tussen de Waal en de Rijn, maar een klein stukje Over-Betuwe binnen de plaatsen Ressen, Oosterhout en Lent. De duizend mannen moesten zorgen voor het vee en de landbouwgewassen (95). De tekst op p. 112 is onjuist. Montgomery had na het volledig mislukken van bruggenhoofdoperatie Market Garden nog slechts een bijrol: zijn Britse Tweede Leger moest na de Rijnoversteek bij Wesel de linkerflank van de Centrale Groep van Legers onder Bradley beveiligen. Het 2nd Canadian Corps moest de linkerflank van het Britse Tweede Leger beschermen en in dat verband in Oost-Nederland vijandelijke troepen vernietigen. Het 1st Canadian Corps en moest een inlichtingen- en bevoorradingsroute van Eindhoven, over Nijmegen, Arnhem en Zutphen naar het noorden en noordoosten veiligstellen door vernietiging van vijandelijke troepen. In dat verband moest het ook samen met de 49ste West Riding infanteriedivisie de Veluwe zuiveren (operatie Cleanser of Reiniger) inclusief Arnhem (119). Van een bevrijding was uiteraard geen sprake, hooguit voor bewoners van gezuiverde plaatsen. Arnhem was echter een vrijwel verlaten stad. In Wageningen was 5 mei geen sprake van 'orders of surrender (uitvoeringsbevelen)', maar van 'Orders to German Commanders on surrender' (Bevelen aan Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven) tot het verstrekken van gedetailleerde militaire informatie (124). Op 8 mei volgde geen Duitse overgave. Op 7 mei 1945 tekende generaal Jodl in Reims de onvoorwaardelijke capitulatie van de Duitse strijdkrachten in zowel het westen als het oosten. Deze Act of Military Surrender trad op 8 mei 1945 om 23.01 uur (MET) in werking en werd circa 23.30 uur geratificeerd in Berlijn-Karlshorst door de geallieerden, onder wie ook opperbevelhebber maarschalk G. K. Zjoekov namens het Opperbevel van het Rode Leger.
De auteur spreekt uiteindelijk nog over ‘een verbrokkelde bevrijding’ (136), hetgeen natuurlijk logisch is wanneer bevrijding geen doel maar slechts gevolg is. Het boek bevat geen nieuwe gezichtspunten of informatie en voegt vrijwel niets toe aan reeds bestaande literatuur. Kritischer literatuurgebruik was wenselijk geweest.